Karel met handicap
Dadelijk na de geboorte van Karel was het duidelijk dat er iets mis was met hem. Hij was zo anders dan andere kinderen. De dokter vertelde mij dat hij een mentale handicap heeft. Toen ik met Karel thuis kwam trachtte ik zo goed mogelijk voor hem te zorgen. Maar ik was zelf erg jong en ik had niemand die mij erbij hielp. Toen Karel een jaar was kon ik de situatie niet meer aan en ik heb hem naar een instelling gebracht. Ik vond het erg om hem achter te laten, maar ik voelde dat ik niet langer voor hem kon zorgen.
Karel verblijft nu al drie jaar in een instelling. Ondertussen heb ik mijn man leren kennen met wie ik getrouwd ben. Wij hebben het goed samen en wij beginnen aan kinderen te denken. Voor mij is het duidelijk dat Kareltje nooit bij ons zal wonen. Hij herinnert mijn man aan mijn vroegere leven. Bovendien vraagt hij te veel zorg en aandacht. Toch wil hem blijven bezoeken en ik wil het beste voor hem.
Onlangs heeft de consulent van het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg mij het voorstel gedaan om Karel naar een pleeggezin te laten gaan. Ik heb er veel over nagedacht en ik heb lange gesprekken gevoerd met de consulent en met iemand van een dienst voor pleegzorg en ik heb ook kennis gemaakt met het pleeggezin. Uiteindelijk heb ik mijn toestemming gegeven. Zo kan Kareltje dan toch in een gezin opgroeien terwijl het contact met mij behouden blijft.
Reactie Sopeh
De meeste kinderen met een handicap groeien op bij hun eigen ouders. Er is immers aangepast onderwijs en er zijn diensten voor thuisbegeleiding. Voor kinderen met een handicap die (tijdelijk) niet meer thuis kunnen verblijven, voorziet het Vlaams Fonds een verblijf op internaat of in een pleeggezin.
